NIEUWS: Tolkie gaat samenwerken met Room to Read en doneert 25 lesboeken bij elke nieuwe klant. Lees het persbericht.

Anita had jarenlang moeite met lezen en schrijven. Nu deelt ze haar verhaal met anderen

Anita Ossewaarde met een map van Huh

In Nederland hebben veel mensen moeite met lezen en schrijven. Vaak hoor je over deze groep. Maar hoe vaak hoor je nou eigenlijk van deze groep? Het leek ons een goed idee om iemand aan het woord te laten die zelf moeite had met lezen en schrijven. Daarom interviewden wij Anita Ossewaarde. Haar verhaal laat zien wat systemen missen. En hoe een meer persoonlijke aanpak alles kan veranderen. Laurens van den Berg, medeoprichter van Tolkie, sprak haar uitgebreid over haar ervaringen. Dit is haar verhaal.

De onzichtbare jaren

Anita: “In de jaren zeventig zat ik in klassen met soms wel 40 kinderen. Niemand keek echt naar jou als individu. Toen ik in de 3e klas vastliep, stuurden ze mij naar het speciaal onderwijs. Daar kreeg mijn taal nog nauwelijks aandacht. Als ik iets verkeerd schreef, werd ik nooit gecorrigeerd. We moesten vooral lekker praktisch bezig zijn. Koken bijvoorbeeld, dat kon ik goed. Maar lezen en schrijven bleven daardoor achter. De jongens mochten nog verder leren, meisjes hoorden vooral later te gaan trouwen. Alsof we daar genoeg aan hadden…” 

Ze merkte zelf al vrij jong dat dat niet voor iedereen gold. “De dochter van de burgemeester kreeg bijvoorbeeld wel Engels, ik niet. Al vroeg voelde ik die ongelijke kansen. Dat voelt heel vervelend.”

Overleven zonder letters

Laaggeletterd zijn betekende voor Anita niet dat ze niet kon nadenken of handelen. Helemaal niet zelfs. Ze vond slimme manieren om haar problemen te verbergen. “Ik werkte in de schoonmaak en moest bestellijsten invullen. Expres schreef ik dan heel slordig. Als mijn leidinggevende dan vroeg wat er stond, vertelde ik hem precies wat er nodig was. Niemand had door dat ik eigenlijk moeite had met schrijven.”

Ook thuis vond ze creatieve oplossingen. Haar moeder hielp haar met formulieren en verjaardagskaartjes. “Als ik iemand moest feliciteren, ging ik eerst naar huis. Mijn moeder schreef het voor, en ik schreef het dan over: zo kon ik toch een verjaardagskaartje maken. Dat voelde niet goed, maar zo kwam ik tenminste door het dagelijks leven heen.”

Druk, schaamte en het 0800-nummer

De jaren ‘70 brachten vooral veel jeugdwerkloosheid en stress. “Ik kon net mijn eigen naam schrijven. Straatnamen schreef ik steeds opnieuw over tot ik ze eindelijk foutloos had.” Schaamte en frustratie bouwden zich op, net als de druk om te presteren. Op een dag kreeg ze van haar moeder een telefoonnummer: een 0800-nummer van Stichting Lezen & Schrijven.

“Dat nummer lag maanden naast mijn telefoon. Ik durfde niet te bellen. Mijn moeder gaf me uiteindelijk een ‘schop onder m’n kont’. Ze zei: ‘Je bent oud genoeg nu. Bel nou gewoon.’ Toch duurde het nog maanden voordat ik dat ook echt deed. Uiteindelijk gaf een brief van de verzekering, die ik niet goed begreep, het laatste zetje.”

Het keerpunt op haar 31e

Op haar 31e stapte Anita voor het eerst sinds lange tijd een lesruimte binnen. “Ik schrok, want ik herkende veel gezichten. De helft van mijn woonplaats Klundert zat daar! Ineens was ik niet meer alleen. Mijn schaamte werd minder.”

Belangrijker nog: de docent, een oud-journalist, gaf haar direct persoonlijke aandacht. “Hij vroeg wat ik nodig had en paste zich aan mij aan. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik vroeg hem waarom het nu ineens wél lukte. Hij antwoordde: ‘Omdat je nu persoonlijk wordt benaderd.’ Dat veranderde alles voor mij.”

Ambassadeur in wording

Na haar eigen taalcursus werd Anita taalambassadeur. Zij behoorde tot de allereerste lichting die in Nederland werd opgeleid. Ambassadeur zijn betekent voor Anita dat ze niet alleen haar verhaal vertelt, maar ook brieven van gemeenten en organisaties helpt herschrijven. Haar eigen ervaring hielp anderen dus verder. Met de mening van Anita wisten zij hoe zij hun teksten duidelijker konden maken. Dat gaf haar energie. 

Strijd om eenvoudige taal

In haar werk als ambassadeur stuitte Anita keer op keer op het probleem van jargon, vooral in zorg en bij de overheid. “Waarom moet ik altijd omhoog naar het niveau van de specialist, naar dat ‘wolkje’ waar zij op zitten? Waarom kunnen zij niet naar ons niveau komen? Zij willen toch graag dat wij hen begrijpen? Dan moeten zij hun best doen, vind ik.”

Technologie helpt Anita verder

Anita ontdekte dat technologie ook juist een hulp kan zijn, zolang die aansluit bij wat ze nodig heeft. “WhatsApp gebruik ik met spraakfunctie. Op de computer kijk ik naar rode lijntjes onder woorden. Zie ik rood? Dan weet ik dat het fout is. De eerste keer dat ik het woord ‘gefeliciteerd’ foutloos schreef, voelde ik echte trots. Moet je nagaan! Zo blijf ik leren.”

Inclusiviteit en panel

Anita gelooft in structurele oplossingen. “We moeten een panel hebben waarin iedereen vertegenwoordigd is: mensen met Downsyndroom, mensen die doof of blind zijn, mensen die Nederlands als eerste of tweede taal hebben. Alleen zo krijg je echt inclusieve oplossingen.”

Ze ziet dat beleid vaak elke vier jaar opnieuw begint. Daarom pleit ze voor vaste aandachtspunten binnen gemeenten, zodat opgebouwde kennis niet verloren gaat na verkiezingen.

De rol van Tolkie

Anita ziet hoe digitale hulpmiddelen laaggeletterden echt vooruit kunnen helpen. Over Tolkie zegt ze: “Ik vind zulke oplossingen fantastisch, want ik weet hoeveel mensen hiermee geholpen kunnen worden. Laatst sprak ik nog iemand in de wachtkamer bij de huisarts, zij heeft nog steeds moeite met lezen en schrijven. Ze voelt zich vaak onzeker met computers en digitale hulpmiddelen. Dan denk ik meteen aan iets zoals Tolkie. Dat zou voor haar zo ontzettend nuttig kunnen zijn.”

Volgens Anita zouden gemeentes en andere organisaties er goed aan doen om Tolkie actief in te zetten: “Eigenlijk zouden gemeenten en de overheid op hun websites standaard iets als Tolkie moeten aanbieden. Gewoon een duidelijke knop waarmee mensen hulp krijgen bij moeilijke woorden of teksten. Dat scheelt zo veel stress en maakt informatie voor iedereen toegankelijk. Dat zou ik elke organisatie aanraden.”

Anita’s boodschap

Anita sluit af met een duidelijke boodschap: “Je hoeft je niet te schamen. Het is je overkomen. Het systeem moet zich schamen, niet jij. Organisaties en gemeenten moeten structureel luisteren naar mensen zoals wij. Eenvoudige taal moet normaal worden. En dat bereik je niet met af en toe een projectje, maar door samen door te zetten en elkaar op te zoeken. Dan krijg je veel voor elkaar.”