NIEUWS: Tolkie gaat samenwerken met Room to Read en doneert 25 lesboeken bij elke nieuwe klant. Lees het persbericht.

Waarom B1 niet genoeg is…

Heel vaak taalniveau A2 met daarnaast taalniveau B1

Als communicatieadviseur ken je de oproep: schrijf in makkelijke taal. Steeds meer gemeenten, corporaties en zorgorganisaties zetten B1 als norm. Dat klinkt logisch: kortere zinnen, minder moeilijke woorden, en een duidelijke opbouw. Toch schuurt er iets. Want wat voor jou of mij “makkelijk” lijkt, is voor een ander nog steeds een raadsel. En daar gaat het vaak mis: we denken dat B1 de eindstreep is, terwijl het voor miljoenen Nederlanders pas het begin is.

In Nederland hebben zo’n 3,3 miljoen mensen moeite met lezen en schrijven. Dat is 1 op de 5 volwassenen. Zij lezen vooral op A2-niveau, dat overeenkomt met het eind van de basisschool. B1 is dan vaak te hoog gegrepen. Ze twijfelen na het lezen zo’n B1-tekst: heb ik het wel goed begrepen? En twijfel betekent dat ze hun taak niet afronden, de brief wegleggen of de telefoon pakken om alsnog te vragen wat er bedoeld wordt. Voor jou betekent dat extra werk en frustratie, terwijl de boodschap eigenlijk eenvoudig was.

Daar komt nog iets bij. Begrijpelijkheid gaat niet alleen over taalniveau. Het gaat ook over welke informatie je kiest en hoe je die presenteert. Geef je te veel details, dan raakt de lezer de draad kwijt. Geef je te weinig, dan blijft hij met vragen achter. Het spel zit in de balans: wat moet iemand nu écht weten en welke actie moet hij daarna ondernemen? Daar ligt je grootste winst, niet in het blind volgen van de B1-regel.

B1 of A2: het verschil in de praktijk

Een voorbeeld maakt het snel duidelijk. Stel, je schrijft: “U kunt binnen zes weken bezwaar maken tegen dit besluit.” Dat is al een stuk eenvoudiger: korte zin, bekend woordgebruik. Voor veel laaggeletterden werkt dit nog steeds niet. A2 klinkt zo: “Bent u het niet eens? Stuur ons een brief. Doe dit binnen 6 weken.” Simpeler, concreter en met een directe opdracht. Dat laatste is cruciaal: mensen moeten weten wat ze moeten doen, niet alleen wat er kán.

Het verschil tussen B1 en A2 is dus niet alleen lengte of woordkeus. Het is ook de manier waarop je de lezer meeneemt. Denk in acties in plaats van abstracties. Niet “de aanvraag wordt in behandeling genomen”, maar “wij bekijken uw aanvraag”. Geen “het formulier moet ingevuld zijn”, maar “vul het formulier in”. En ja, soms voelt dat bijna te simpel. Maar voor veel lezers betekent het dat ze eindelijk zelf verder kunnen, zonder hulp.

Waarom dit jou werk scheelt

Misschien denk je nu:

“Maar ik kan toch niet álles op A2 schrijven? Dat is het niveau van 10-jarige kinderen!”

Klopt. Er zijn brieven en pagina’s die nu eenmaal complexer zijn. Toch kun je vaak veel winnen door keuzes te maken. Hoe eenvoudiger je schrijft, hoe minder telefoontjes er binnenkomen. Hoe helderder je de kern neerzet, hoe minder mensen afhaken. En hoe beter je de actie benoemt, hoe sneller iemand zijn taak afrondt.

Dat is precies waar Tolkie bij helpt. De Tolkie Leeshulp laat lezers teksten makkelijker volgen en geeft uitleg bij moeilijke woorden. De Tolkie Schrijfhulp signaleert waar jouw tekst nog te lastig is en stelt kortere alternatieven voor op A2 of B1. Het resultaat: meer lezers die begrijpen wat er staat, minder terugbelvragen en minder werk voor jou en je collega’s.

Wat vaak goed werkt, is de combinatie. Jij schrijft op B1, zodat de meeste mensen goed mee kunnen. Met Tolkie help je daarnaast ook de grote groep die A2 nodig heeft. Zo voorkom je dat 1 op de 5 volwassenen buiten de boot valt. En laten we eerlijk zijn: het is toch zonde om een brief te schrijven die 20 procent van je doelgroep niet kan volgen?