De 5 gezichten achter anderstalige laaggeletterden

Je ziet 6 verschillende mensen op een rij staan. Van link naar rechts: een vrouw met donker krullend haar, een oudere man met wit/grijs haar, een snor en een baard, een donkere jongen met een rode muts en boeken in zijn armen, een vrouw met zwart krullend haar en boeken in haar armen, een Aziatische jongen met zwart haar en een boek in zijn handen en een jongen met donkerblond krullend haar en een notitieboek in zijn armen. Ze staan allemaal voor een groen schoolbord waar met wit krijt formules op geschreven zijn.

Ze zeggen het vaak: ken je doelgroep. En dat geldt ook voor anderstalige laaggeletterden. Want laaggeletterdheid gaat over mensen, niet over niveaus of cijfers. Toch wordt er vaak over gepraat alsof het één groep is. Maar de werkelijkheid is veel meer divers. Iedereen die moeite heeft met taal, heeft zijn eigen verhaal, motivatie en tempo. En juist die verschillen zijn belangrijk om te begrijpen! Want hoe zorg je er anders voor dat jouw communicatie, aanbod of begeleiding echt aansluit bij wat iemand nodig heeft, en niet ongemerkt langs iemand heen gaat?

Wat persona’s leren over anderstalige laaggeletterden

Binnen de groep laaggeletterden bestaat veel variatie. Je hebt mensen die Nederlands als moedertaal spreken, maar ook anderstalige laaggeletterden: mensen die de taal nog aan het leren zijn en tegelijkertijd moeite hebben met lezen en schrijven. En zelfs binnen die laatste groep zijn de verschillen groot.

Om die verschillen te begrijpen en om echt aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft, helpt het om met persona’s te werken: denkbeeldige profielen die gebaseerd zijn op echte mensen, met hun eigen drijfveren, angsten, leerbehoeften en manier van deelnemen aan de samenleving. Wij schreven al eens een blog over de 9 laaggeletterde persona’s. Maar sociaal-maatschappelijk adviesbureau Lost Lemon heeft in samenwerking met de gemeente Den Haag vijf anderstalige persona’s ontwikkeld. Hun doel: organisaties helpen om anderstalige laaggeletterden beter te begrijpen en te bereiken.

De 5 typen anderstalige laaggeletterden

De typen zijn ingedeeld op basis van hun motivatie en houding tegenover taal. Zo is de één heel gemotiveerd, terwijl de ander wat afhoudend kan zijn. En voor de één is taal bijvoorbeeld een bijzaak, terwijl de ander taal als een middel ziet. We beschrijven kort wie de 5 persona’s zijn en wat voor hen wel en niet werkt.

De gedreven opklimmer

De gedreven opklimmer is ambitieus en ziet taal als een sleutel tot vooruitgang: een manier om een diploma te halen, een betere baan te vinden en/of zelfredzamer te worden. Deze persoon is gemotiveerd om zelf taallessen te volgen en wil graag in een korte tijd veel leren. Het is belangrijk dat de taalles aansluit bij zijn of haar niveau en dat hij of zij serieus genomen wordt.

Wat voor hen werkt: doelgerichte lessen, zichtbare voortgang en praktische toepassing in werk of opleiding.
Wat niet werkt: trage taallessen zonder concreet resultaat.

De ongedwongen buurbetrokkene

Bij deze persoon draait het om verbinding. Taal is vooral een middel om contact te maken met bijvoorbeeld mensen in de buurt. Hij of zij leert het liefst in een informele, veilige sfeer, samen met anderen. Schoolbanken en grammatica-regels kunnen bijvoorbeeld afschrikken.

Wat voor hen werkt: leren door te doen, via gesprekken of gezamenlijke activiteiten.
Wat niet werkt: gedwongen, formele lessen of digitale oefeningen zonder menselijk contact.

De comfortabele autonoom

De comfortabele autonoom spreekt nauwelijks Nederlands, maar redt zich vaak prima in het dagelijks leven. De Nederlandse taal leren heeft ook geen prioriteit, want ze kennen vaak genoeg mensen die hun moedertaal spreken. En zolang het lukt om de weg te vinden of formulieren te begrijpen, is het goed. Ze moeten vaak eerst de noodzaak ervan inzien om de taal te gaan leren.

Wat voor hen werkt: praktische tips en korte taalmomenten die helpen om zijn of haar leven in Nederland meer vorm te geven.
Wat niet werkt: langdurige cursussen of formele lesprogramma’s, zonder duidelijke meerwaarde.

De praktische aankijker

Deze persoon ontdekt pas hoe belangrijk taal is als er iets misgaat, zoals het verliezen van een baan of het niet kunnen helpen van zijn of haar kinderen. De praktische aankijker moet dus eerst inzien welke obstakels laaggeletterdheid kunnen vormen voordat ze de taal gaan leren. Wanneer hij of zij besluit om te leren, moet het nuttig en direct toepasbaar zijn. Dus geen theorie of lange uitleg, maar woorden en zinnen die je meteen kunt gebruiken.

Wat voor hen werkt: korte, praktische lessen die direct toepasbaar zijn in het dagelijkse leven.
Wat niet werkt: taallessen die blijven hangen in regels of details die in de praktijk weinig verschil maken.

De plichtsgetrouwe ijverige

De plichtsgetrouwe ijverige is vaak druk en heeft weinig tijd om de taal te leren. Hun werk en privéleven staan voorop. Het leren van de taal komt pas daarna en is interessant zolang het helpt bij werk, gezondheid of gezin. Ze willen echter niet dom gevonden worden en ontwijken daarom situaties waarin ze moeten lezen of schrijven. Voor hen werkt het goed om het leren van de taal in dagelijkse activiteiten te verweven.

Wat voor hen werkt: taal leren tijdens werk, sporten of ouderbijeenkomsten.
Wat niet werkt: lessen die een extra belasting worden en niet een directe link met het dagelijks leven hebben.

Begrijpen is de eerste stap naar bereiken

De vijf persona’s laten zien hoe groot de verschillen binnen één doelgroep kunnen zijn. Ze helpen je om te herkennen wie er voor je staat, de juiste toon te kiezen en beleid of communicatie beter af te stemmen op iemands belevingswereld. Door hun perspectief als uitgangspunt te nemen, wordt communicatie niet alleen duidelijker, maar ook menselijker en effectiever. Want wie de ander begrijpt, bereikt meer.

Wil je meer weten over hoe je laaggeletterden kunt helpen en bereiken? Neem dan contact met ons op! We vertellen er graag meer over in een inspirerende workshop.