AI is in een korte tijd al niet meer uit ons leven weg te denken. We laten e-mails (her)schrijven, samenvattingen maken en teksten controleren voordat we ze versturen. Wat eerst voelde als een handig hulpmiddel, is voor veel mensen een standaard onderdeel van het dagelijks werk geworden. En dat roept een belangrijke vraag bij ons op: Wat doet deze technologische ontwikkeling met onze lees- en schrijfvaardigheid? En wat betekent dat voor mensen die daar nu al moeite mee hebben?
De discussie over AI gaat vaak over efficiëntie, snelheid en innovatie, maar minder vaak over taalvaardigheid. Terwijl juist daar een spannend spanningsveld ontstaat. We delen onze kijk hierop!
AI als hulpmiddel
AI helpt veel mensen bij allerlei (schrijf)taken. En dat bespaart hen vaak een hoop tijd en soms ook geld. Ook wij gebruiken AI regelmatig om bijvoorbeeld een tekst te herschrijven of te verbeteren. Maar het mooiste is dat AI mensen helpt die moeite hebben met lezen en schrijven. In Nederland gaat het om ruim 3,3 miljoen mensen voor wie brieven, formulieren, websites of medische informatie vaak ingewikkeld is. AI kan hier het verschil maken: teksten worden eenvoudiger, moeilijke woorden worden uitgelegd, informatie komt stap voor stap binnen of wordt zelfs uitgesproken. Denk aan een formulier invullen door te praten in plaats van te typen. In dit soort gevallen is AI geen luxe, maar een hulpmiddel dat mensen helpt om mee te doen.
Maar wat als iedereen steeds minder leest en schrijft?
Tegelijkertijd zien we ook iets anders gebeuren: mensen die wel goed kunnen lezen en schrijven laten steeds meer over aan technologie. We schrijven minder zelf, lezen sneller en oppervlakkiger, vertrouwen op de informatie van bijvoorbeeld ChatGPT en laten steeds meer dingen door systemen oplossen. Dat voelt efficiënt, maar het heeft ook een keerzijde. Lezen en schrijven zijn namelijk vaardigheden die je onderhoudt (en verbetert) door ze te gebruiken. Als je dit uitbesteedt, verlies je langzaam grip op taal en je eigen denken. Wie weinig leest, verliest leesvaardigheid en wie weinig schrijft, verliest grip op taal. En dat gebeurt niet ineens, maar beetje bij beetje. Zo ontstaat er een risico dat we met z’n allen minder taalvaardig worden. En dat raakt uiteindelijk ook onze kritische vermogens. Want wie niet goed leest, stelt minder vragen. En wie niet zelf formuleert, denkt minder scherp na over wat hij eigenlijk wil zeggen.
Nieuwe ongelijkheid door technologie?
Daarnaast zien we nog iets gebeuren: technologie kan ongelijkheid verkleinen, maar ook vergroten. Want je hebt mensen die al goed weten hoe ze AI slim kunnen gebruiken als hulpmiddel. Ze controleren of informatie klopt, herschrijven hun eigen teksten en interpreteren wat AI deelt. Maar je hebt ook mensen met minder taalvaardigheid en/of minder zelfvertrouwen. Zij kunnen de output van AI eerder letterlijk en hebben vaak niet de ruimte of zekerheid om te twijfelen aan wat er staat. Hierdoor kan er een nieuwe kloof ontstaan: niet tussen mensen die wel en niet kunnen lezen, maar tussen mensen die begrijpen wat technologie doet en mensen die er blindelings op vertrouwen.
Slimme tools, menselijke keuzes
Daarom AI is geen oplossing die vanzelf voor iedereen werkt. Systemen worden gebouwd door mensen met bepaalde aannames. Als die systemen vooral zijn ingericht voor mensen die taalvaardig, digitaal handig en zelfverzekerd zijn, dan profiteren vooral zij ervan. Maar als technologie wordt ontworpen vanuit de vraag ‘Wat heeft iemand nodig om dit te begrijpen?’, dan kan het juist heel inclusief werken.
Dat vraagt om bewuste keuzes. Voor wie bouwen we dit? Wie betrekken we bij het testen? En wie horen we eigenlijk nooit, omdat diegene afhaakt voordat er feedback komt? Bij Tolkie stellen we dit soort vragen elke dag, want oplossingen werken pas echt als ze samen met de juiste mensen worden getest. Hierdoor zien we waar iemand twijfelt, vastloopt of juist vertrouwen krijgt. Zo zorgen we ervoor dat de oplossing uiteindelijk voor iedereen goed werkt.
AI: een versterker van taal en begrip
Voor ons is de vraag is niet of we AI moeten gebruiken, maar: Hoe zorgen we ervoor dat AI ons begrip vergroot, in plaats van het langzaam af te leren? En hoe zorgen we dat nieuwe technologieën niet alleen werken voor de mensen die ze al snappen, maar juist voor iedereen?
AI is voor ons echt een hulpmiddel, geen vervanger van nadenken. Net zoals onze Tolkie-oplossingen hulpmiddelen zijn voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. En dat wordt in 2026 alleen maar beter met een aantal nieuwe oplossingen, ofwel hulpmiddelen, waarmee laaggeletterden nog beter mee kunnen doen.
Wij zijn benieuwd hoe jij naar deze ontwikkelingen kijkt. Waar zie jij AI helpen en waar niet? En als je wilt meedenken met onze nieuwe oplossingen, neem dan eens contact met ons op! We nemen jouw feedback en ideeën graag mee in de verdere ontwikkeling van de oplossingen.