In gesprek met José Smits van Inclusie Nederland
Hun stem ontbrak vanaf het begin
Wat betekent inclusie in Nederland vandaag de dag? En waarom lukt het veel mensen met een beperking nog steeds niet om echt mee te doen? Volgens José Smits ligt het probleem dieper dan vaak wordt gedacht. “Inclusie lijkt soms vanzelfsprekend, maar dat is het helemaal niet,” zegt ze. Inclusie Nederland ontstond na de ondertekening van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap. Toch zag Smits al snel dat er iets ontbrak: “Op bijeenkomsten over inclusie zag ik dat mensen met een beperking zelf nauwelijks aanwezig waren.” Instellingen organiseerden veel initiatieven, terwijl de mensen om wie het gaat vaak ontbraken. Daarom richtten zij Inclusie Nederland op als vereniging: een plek waar mensen zelf hun stem laten horen en invloed uitoefenen. Vrijwilligers dragen de organisatie, zonder kantoor of vaste subsidie, en leden starten zelf initiatieven, vaak op lokaal niveau.
Inclusie gaat verder dan wat zichtbaar is
Veel mensen zien toegankelijkheid nog als iets fysieks, zoals een lift of een hellingbaan, maar volgens Smits gaat inclusie veel verder. “Het gaat niet alleen om binnenkomen, maar ook om mee kunnen doen.” Taal en communicatie vormen een groot struikelblok. Overheden schrijven brieven vaak ingewikkeld, websites blijven onduidelijk en digitale formulieren sluiten slecht aan op wat mensen nodig hebben. “Als je de informatie niet begrijpt, kun je ook niet meedoen,” zegt Smits. Formulieren met moeilijke woorden, lange zinnen of onduidelijke stappen maken het voor mensen met een cognitieve beperking, laaggeletterdheid of stress extra lastig.
Ongemak en misverstanden in het dagelijks leven
Naast praktische en communicatieve drempels spelen sociale factoren een grote rol. “Mensen zonder beperking vinden het vaak spannend. Ze weten niet goed hoe ze moeten reageren,” zegt Smits. Dat leidt tot ongemakkelijke of betuttelende situaties. Mensen spreken iemand in een rolstoel bijvoorbeeld via een begeleider aan in plaats van direct. Ook nemen mensen iemand met een cognitieve beperking niet altijd serieus. Beeldvorming versterkt die afstand. “Mensen zien iemand óf als zielig, óf als inspirerend voorbeeld. Maar beide reacties creëren afstand. Het gaat juist om gelijkwaardigheid.”
Een samenleving ontworpen voor de ‘gemiddelde mens’
Veel problemen ontstaan al bij het ontwerpen van systemen en beleid. “Ontwerpers en beleidsmakers gaan uit van een soort gemiddelde mens, maar die bestaat helemaal niet,” zegt Smits. Dat zie je terug in het openbaar vervoer, in overheidscommunicatie en in digitale systemen. Websites werken bijvoorbeeld alleen goed voor mensen die snel kunnen lezen, en aanvraagprocessen bestaan uit ingewikkelde stappen. Organisaties voegen inclusie vaak pas later toe. “Maar dan ben je eigenlijk al te laat. Inclusie moet vanaf het begin onderdeel zijn.”
Verandering begint van onderaf
Volgens Smits begint verandering bij mensen zelf. Inclusie Nederland stimuleert daarom lokale initiatieven, zoals het netwerk van VN-ambassadeurs. Deze ambassadeurs zetten zich in voor inclusie in hun eigen gemeente. Ze gaan in gesprek met beleidsmakers, signaleren problemen en komen met concrete oplossingen. “Zij weten wat er speelt, omdat ze het zelf ervaren. Die kennis is onmisbaar.”
De kernvraag blijft hetzelfde
Uiteindelijk draait inclusie om één fundamentele vraag: wie neem je mee en wie niet? “Mensen met een beperking moeten zelf een stem hebben. Daar begint inclusie,” benadrukt Smits. Ontwerpers en organisaties houden nog te vaak geen rekening met iedereen. Daardoor sluiten systemen en communicatie mensen buiten soms zichtbaar, maar vaak ook onzichtbaar, bijvoorbeeld door ingewikkelde taal of onduidelijke informatie. En daarmee blijft de vraag terugkomen: voor wie is onze samenleving eigenlijk gemaakt?
Benieuwd hoe begrijpelijk jouw webteksten zijn? En hoe je ze met één simpele knop leesbaar maakt? Neem dan eens contact met ons of plan vrijblijvend een gratis demo in.